Kansloos in de Participatiewet

Mensen met een arbeidsbeperking staan voor dichte deuren. Terwijl de deur van de arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds verder sluit, blijft de deur naar passende arbeid gesloten. Dit beleid zet mensen met een beperking klem, en dat is om te huilen.

Op zich schuilt achter de Participatiewet een loffelijk streven. Het kan immers nooit de bedoeling zijn geweest om mensen met een beperking levenslang op te sluiten in een uitkeringsregime. Ondersteuning, garantiebanen, beschutte werkplekken, strengere criteria voor de WIA en het nagenoeg afschaffen van de Wajong, hadden moeten leiden tot meer banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Hoe mooi was het geweest als al die mensen met een arbeidsbeperking die graag willen werken - en dat geldt voor het merendeel - snel aan de slag hadden gekund?

Niets bleek minder waar. Van de harde toezeggingen voor extra banen en beschut werk kwam helaas maar weinig terecht. Zo zijn er door gemeenten in heel Nederland in twee jaar tijd slechts 150 beschutte werkplekken gerealiseerd, terwijl er 3200 waren beloofd. En de banenafspraak leidde weliswaar tot herplaatsing van behoorlijk wat medewerkers van sociale werkplaatsen; het leidde vooral tot eindeloos gegoochel met cijfers, geschuif met detacheringen en onbegrijpelijk gerommel met toegangscriteria.

Onaangenaam bijeffect van de Participatiewet bleek dat mensen met een beperking elkaars concurrent zijn geworden bij het vinden van aangepast werk. Je moet wel héél zwaar beperkt zijn, wil je op serieuze ondersteuning kunnen rekenen. Mensen met mildere beperkingen concurreren hierdoor niet alleen met elkaar, maar ook met alle werkzoekenden zonder arbeidsbeperking. Neem werkgevers het maar eens kwalijk dat ze net even liever kiezen voor het aanstellen van iemand zonder beperking, dan voor iemand met.

Werken met een beperking gaat nu eenmaal niet vanzelf. Het vraagt om aanpassingen en dus investeringen. Soms kleine, soms grote. Dit is niet alleen een verantwoordelijkheid van werkgevers in de marktsector, maar juist ook een schone taak voor gemeenten. Zowel werknemers als werkgevers hebben een steuntje in de rug nodig om hun schouders onder werk voor iedereen te kunnen zetten.

Sinds het begin van dit jaar zijn gemeenten verplicht om beschut werk te realiseren. Maar dan moeten ze dat ook wel echt doen. Ook de begeleiding waarmee mensen met een arbeidsbeperking meer kans krijgen op betaald werk, moet nu echt van de grond komen. Want mensen hun uitkering ontnemen en hen tegelijk geen eerlijke kans op de arbeidsmarkt bieden, is mensonterend en een enorme verspilling van kwaliteiten. Met passende arbeid en een volwaardig inkomen geef je mensen met een beperking een eerlijke kans op een onafhankelijk leven. Dat is zowel economisch als maatschappelijk én voor de mensen zelf, pure winst.

bron: www.binnenlandsbestuur.nl